Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Blog Auteursrecht feiten

Auteursrecht feiten

by Mr. J.L. de Kreek — last modified 12-05-2012 11:10
Opgeslagen onder:

BREIN en de raadslieden van BREIN verstrekken de diverse rechtbanken waar zij procederen feitelijke gegevens waarvan zij weten, althans horen te weten, dat die onjuist zijn. In onderhavige geval hoort daarbij aan bedrog in de zin van het Wetboek van Strafrecht gedacht te worden. De feitelijke gegevens die BREIN en diens raadslieden verstrekken en waarvan zij weten, of althans horen te weten, dat die onjuist zijn, betreft in ieder geval de informatie over het recht op openbaar maken via Internet in het algemeen en via the Pirate Bay (en dus de Internet Providers) in het bijzonder.

De belangrijkste opmerkingen die genoteerd is in de recente zaken die BREIN tegen Internet providers voert zijn “ongeautoriseerd gratis verspreiding”, “Pirate Bay verdient veel geld”, “grootste inbreuk in de geschiedenis”, “door stoute dingetjes te doen kan je ver komen” en voorts de rest waarbij BREIN er op hamert dat the Pirate Bay of althans de gebruikers van the Pirate Bay wederrechtelijk openbaar maken omdat zij voor de vertoningen in huiselijke sfeer van gedownloade bestanden geen voorafgaande toestemming van BREIN of de leden van BREIN verkregen hebben; en dat eerdere veroordeling(en) van the Pirate Bay heeft plaatsgevonden buiten deugdelijke toepassing van het in de wet opgenomen vanzelfsprekende recht op hoor en wederhoor om de gegrondheid van de vorderingen van BREIN te bepalen.

Het gebruik via Internet in het algemeen en via the Pirate Bay in het bijzonder van entertainmentbestanden waar BREIN tegen optreedt is géén ongeautoriseerd gratis gebruik want de toestemming is vóóraf door wet en rechtspraak verleend. Het recht tot openbaar maken en verveelvoudigen van auteursrechtelijk beschermde werken van auteursrechthebbenden is beperkt door het algemeen recht van consumenten van auteursrechtelijk beschermde werken op de privé kopie en gratis thuisvertoning. BREIN maakt géén onderscheid in de verschillende vormen van openbaarmaking die de wet kent. Niet elke openbaarmaking is auteursrechtelijk relevant.

Omdat openbaarmakingen via Internet standaard in huiselijke sfeer zijn, is er géén voorafgaande toestemming vereist van BREIN of de leden van BREIN voor gebruik van entertainmentbestanden van BREIN of de leden van BREIN via Internet in het algemeen of the Pirate Bay of bijvoorbeeld via de proxy van de Piratenpartij. Het arrest Wasserij de Zon is in deze hét standaard arrest (Hoge Raad, 1 juni 1979, BUMA v De Zon). Uit dat arrest blijkt ook dat de wetgever géén ver gaande bescherming van het auteursrecht ten koste van de vrijheid van de individuele burger wenst.

Het Europees recht heeft daarin geen verandering gebracht anders dan dat het Europees recht een verruiming impliceert van de kring die de huiselijke sfeer bezitten mag om van een gratis huiselijke vertoning in auteursrechtelijke zin te kunnen spreken. In het Europees Recht is de bepaaldheid van het publiek van belang voor de plicht tot voorafgaande auteursrechtelijke toestemming van de maker voor openbaarmakingen (ná de eerste openbaarmaking) (BUMA/Chellomedia). In de rechtszaken trekt BREIN gemakzuchtig de vergelijking tussen televisie in het hotel en the Pirate Bay. Die vergelijking gaat niet op.

In het hotel wordt het entertainmentbestand via het TV-netwerk en de beeldbuizen afgespeld voor de ogen en/of oren van een onbepaald aantal personen, terwijl de individuele burger een gedownload entertainmentbestand in huiselijke sfeer voor de ogen en/of oren van het bepaalde publiek van één of enkele mensen afspeelt. Internet en the Pirate Bay, techniek in het algemeen, maken het voor meer mensen mogelijk gebruik te maken van de wettelijke beperkingen die er in de auteurswet zijn. Door internet kunnen meer mensen voor privé gebruik kopiëren en gratis in huiselijke sfeer vertonen. Dat is niet onrechtmatig. Ook niet in het digitaal tijdperk. De auteurswet is techniek neutraal geformuleerd. Techniek brengt geen verandering in de toepassing van het auteursrecht.

Tevens is op grond van het Europees recht vereist dat er sprake is van een ononderbroken mededelingsketen om in het algemeen van openbaarmaking te kunnen spreken. Dat is logisch omdat een ononderbroken mededelingsketen gelijk staat aan voortgaande vertoning of uitvoering van een entertainmentbestand voor de ogen en/of oren van het bepaalde of onbepaalde publiek. Een bestand op internet vertoont géén ononderbroken mededelingsketen, en kan daarom géén openbaarmaking in de zin van de auteurswet zijn indien en voor zover niet tevens het recht van eerste openbaarmaking met de bijpassende verveelvoudiging geschonden is. Een bestand op internet is voorts géén in eigendom overgedragen fysiek exemplaar van een werk, en kan dus voorts ook daarom geen openbaarmaking in zin van de auteurswet zijn (Le Corbusier/Peek en Cloppenburg, HvJEG 17-4-2008, zaak nr. C-456/06). Blijkt allemaal eenvoudig uit de Europese Auteursrecht en Satelliet richtlijnen.

Ook alinea 52 bij de EU-Auteursrechtrichtlijn logenstraft de vorderingen van BREIN. Deze staat in de considerans. Daaruit blijkt dat overheden gehouden zijn burgers niet te beperken in de rechten (privé kopie, thuisvertoning) die zij als consumenten van entertainmentbestanden auteursrechtelijk bezitten, zonder dat de Europese wetgever dit dwingend oplegt. BREIN doet door de jaren voorkomen alsof het auteursrecht een sterk eigendomsrecht is. Dat is het niet. Het is een met beperkte rechten bezwaard goed (vermogensrecht), art 1 jo. art 8 boek 3 Bw . De exploitatierechten openbaar maken en verveelvoudigen die makers op grond van artikel 1 van de auteurswet 1912 bezitten zijn beperkt door o.a de wettelijke rechten op: privé kopie; vertoning in huiselijke sfeer; citaten; onderwijs en nog enkele beperkingen bij wet gesteld. Artikel 1 van de auteurswet luidt:

Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.

BREIN geeft a) een onjuiste uitleg van het begrip “openbaar maken” uit artikel 1 van de auteurswet 1912 en b) betrekt de beperkingen bij wet gesteld niet bij de eisen en weren. The Pirate Bay en gebruikers handelen juridisch niet onrechtmatig jegens BREIN of diens leden op basis van de feiten zoals die keer op keer uit de diverse dossiers blijken. Ook de algemene leer in verband met onrechtmatige daad staat toewijzing van de vorderingen van BREIN niet toe. Ook niet in de zaak tegen de providers (UPC, KPN, T-Mobile, Tele2, Zeelandnet). Downloaden is legaal. Daar zijn alle partijen het over eens. Ook het kabinet en parlement hebben dit standpunt. Dat komt overeen met het algemene recht op de privé kopie van artikel 16b Aw.

Omdat downloaden legaal is kan niet gezegd worden dat een verondersteld onrechtmatige upload schade veroorzaakt. Het gevolg van de upload is een toegestane en derhalve niet onrechtmatige handeling. Geen schade impliceert geen onrechtmatige daad. De upload is bijvoorbeeld onrechtmatig indien het recht van eerste openbaarmaking (artikel 12 lid 1 onder 2 ziet op het openbaar maken van een werk zonder dat er ook meteen sprake is van een "openbaar gemaakt werk" in de zin van artikel 12 lid 1 onder 1; vgl Spoor/Verkade tweede druk, blz 157-158, nr 114) gechonden is of wanneer de upload op zichzelf bijvoorbeeld met commercieel oogmerk plaatsvindt zoals bij Spotify die dus gehouden is een nadere overeenkomst met de leden van BREIN te sluiten. Deze plicht geldt evenwel niet voor het bedrijfsvoering/verdienmodel van the Pirate Bay.

Mr J.C.H. Van Manen, de advocaat van BREIN, is partner van het advocatenkantoor wat van zichzelf op de site zegt dat de naamgevers Willem Hoyng en Denis Monégier du Sorbier de "nestors van het intellectuele eigendomsrecht in Europa" zijn. BREIN kreeg in het verleden ook rechtsbijstand van professor mr. D.J.G. Visser. De heer mr. D.J.G. Visser is naast de heer mr. J.H. Spoor en de heer mr D.W.F Verkade mede naamgever van hét auteursrechtenhandboek. Desondanks geeft mr. D.J.G. Visser, in zijn wetenschappelijke werk, onderwijs en rechtsbijstand, net als de nestors, voor BREIN, kennelijk bewust, het auteursrecht in digitaal tijdperk feitelijk onjuist weer. De heer mr. D.J.G. Visser is hoogleraar aan de universiteit van Leiden en onderwijst ook raadsheren van rechtbanken, en is/was advocaat voor BREIN in eerdere zaken.

In al de hoedanigheden vergeet de heer mr. D.J.G. Visser de rechtswetenschap te informeren over het feit dat openbaarmakingen via internet standaard in huiselijke sfeer en de vorderingen van cliënt BREIN dus niet toewijsbaar zijn. BREIN kan optreden tegen personen die het recht van éérste openbaarmaking scheden door een werk in een bestand op internet te plaatsen, dit is evenwel een andere vorm van openbaar maken dan waar bovenstaande arresten op toezien. BREIN kan ook optreden tegen vertoning van entertainmentbestanden van internet op televisie. BREIN kan voorts optreden tegen ondernemingen die zonder overeenkomst met de leden van BREIN zelf entertainmentbestanden uploaden, of althans personeel dat laten doen.

De nuance die te brengen is aan de algemene zienswijzen van de juristen van BREIN is dat zij alle vormen van openbaarmaking op één hoop gooien en miskennen dat de wet onderscheid maakt in verschillende vormen van openbaarmaking en dat sommige vormen van openbaarmaking als auteursrechtelijk niet relevant worden beschouwd omdat het openbaarmakingen in huiselijke sfeer zijn. De griffie in deze is gaarne bereid u en uw collega's verder bij te praten over de wet en actuele (hogere) rechtspraak in verband met het auteursrecht in digitaal tijdperk ende redelijke ende billijke handhaving van de wet; of hierover voor het wetenschappelijke bureau van uw rechtbank een (nadere) algemene notitie te produceren. Overigens reageert de Piratenpartij op het wederrechtelijke gedrag van BREIN met de politieke wil tot drastische verandering van de Nederlandse rechtsorde. Tijd dat het publiek leert wat auteursrecht is.